Lieve jongere jij,
Ik weet dat je dit nu leest met ogen die al te veel gezien hebben. Ik weet dat je elke dag wakker wordt met pijn waarvan je denkt dat hij nooit ophoudt. Dat je in een situatie zit die uitzichtloos lijkt en waarin je het gevoel hebt dat niemand je echt ziet of gelooft. Ik weet dat je soms denkt dat het beter is om te verdwijnen, dat het nooit beter wordt.
Maar ik ben hier – jij, maar dan later. En ik kan je nu iets vertellen dat je zelf nog niet kunt voelen: je bent zó ongelooflijk sterk. Ook al voel je je gebroken, kapot, moe, uitgeput, er zit een kracht in jou die niet kapot te krijgen is.
Ook als mensen je teleurstellen, jou niet geloven of blijven wegkijken: híj zal jou niet kapot krijgen. Je gaat een weg vinden. Hoe vaak je ook van hulpverlener moet wisselen, hoe vaak je ook denkt dat het zinloos is, hoe vaak je het ook alleen moet doen. Je vindt een weg. Je ontdekt dat er mensen zijn die wél luisteren. Je ontdekt je stem, je kracht, je hart.
Er komt een dag dat je zelf je eigen veilige plek wordt. Er komt een dag dat je zacht voor jezelf kunt zijn, dat je kunt huilen en tegelijk kunt voelen dat je lééft. En er komt een dag dat je niet meer alleen overleeft, maar echt gaat leven, en zelfs anderen helpt, vanuit jouw ervaring.
Hou vol, lieve jij. Ik kan je pijn niet wegnemen, maar ik kan je dit zeggen: je redt het. Je bent een wonder, precies zoals je bent. Ik ben trots op je en ik hou van je, zoals niemand je ooit geleerd heeft om van jezelf te houden.
Blijf ademen. Blijf hopen, al is het maar een sprankje. Je bent niet alleen, ook niet in de donkerste nacht. Ik ben er. Altijd.
Met alle liefde,
Je oudere ik