Ik verzweeg ook, voor mezelf en anderen, dat ik het op momenten 'lekker' had gevonden. Die gedachte verscheurde me in tweeën, omdat ik onmogelijk kon begrijpen dat iets wat zo verschrikkelijk was ook fijn kon zijn.
Het voelde alsof mijn lichaam me had verraden. Alsof ik net zo slecht was als mijn vader. Alsof ik 'kapot' was en alles fout deed. Die verwarring heeft me jarenlang achtervolgd. Ik wist niet beter dan dat mijn lichaam altijd de waarheid sprak. En dat ik dus wel kon zeggen dat het seksueel misbruik mijn leven had verwoest, maar dat ik het stiekem fijn vond. En het was alsof mijn vader mijn geheim wel kende, want dat beet ie me steeds terug; 'dat ik niet moest liegen, omdat ik het wel fijn vond'.
Inzicht en groei
Pas na jaren begon ik te beseffen dat mijn lichaam niet 'kapot' was, maar dat het gewoon reageerde op de handeling. Niet op de situatie, de manier waarop en de persoon die het deed. Ik heb me er zo geschaamd voor de momenten waarop mijn lichaam zei dat het fijn was. Ik dacht dat het betekende dat ik minder slachtoffer was. Maar nu weet ik dat het fysiologische reactie was en daar volkomen onschuldig in ben.
De rust van nu
Nu begrijp ik dat mijn lichaam mij nooit heeft verraden en heb ik er vriendschap mee gesloten. De leugen dat mijn lichaam 'fout' reageerde bestaat niet meer. En daardoor is er ruimte gekomen voor vertrouwen en verbinding. Het is zo helend om te weten dat mijn lichaam en ik aan dezelfde kant hebben gestaan.