Geluiden die te hard binnenkwamen. Blikken die als dreiging voelden. Ik dacht dat dát mijn strijd was. Dat als ik hiermee leerde omgaan, het ergste achter me lag. Maar toen kwamen de psychoses.
Express
In het begin had ik niet eens door wat er gebeurde. Mijn gedachten werden zachter, maar ook dwingender. Alsof er iets in mij begon te fluisteren, steeds iets harder. Ik sliep slechter dan ooit. Mijn wantrouwen, dat ik al kende vanuit mijn trauma, nam grote vormen aan. Waar PTSS me liet schrikken van een dichtslaande deur, liet de psychose me geloven dat die deur expres werd dichtgeslagen — voor mij, tegen mij.
Feiten
Het verschil tussen herbeleving en waan was verwarrend. Bij PTSS wist ik ergens diep vanbinnen: dit is een herinnering. Pijnlijk, intens, maar het hoort bij toen. Tijdens een psychose verloor ik dat anker. Mijn gedachten voelden niet meer als gedachten, maar als feiten. Alsof de wereld een verborgen laag had die alleen ik kon zien. En die laag was bijna nooit vriendelijk.
Ik raakte mezelf kwijt.
Controleverlies
Het meest beangstigende was niet eens wat ik zag of dacht, maar het gevoel van controleverlies. Mijn hoofd, dat al zo lang mijn strijdtoneel was, werd onbetrouwbaar terrein. Ik zag en sprak mensen die nieteens meer leven. Ik kon mijn eigen waarneming niet meer vertrouwen. Mensen die me wilden helpen, leken soms onderdeel van een groter plan. Liefde voelde verdacht. Hulp voelde gevaarlijk.
Falen
En tegelijk was er schaamte. Alsof PTSS nog “uitlegbaar” was — ja, er is iets gebeurd, dus dit is een logisch gevolg. Maar een psychose? Dat voelde als falen. Als breken. Alsof mijn systeem definitief was ingestort na jaren vechten.
Besef
Wat ik later leerde, is dat langdurige traumastress een brein kan uitputten. Dat constante alertheid, dissociatie en slaapgebrek je kwetsbaarder kunnen maken voor psychotische ontregeling. Het kwam er niet “zomaar bij”. Het was geen losstaand hoofdstuk, maar een gevolg van jarenlang overleven.Dat besef bracht langzaam zachtheid.
Waan of werkelijkheid?
Een psychose ervaren is voor mij alsof de realiteit verschuift terwijl je er middenin staat. Alsof de grond onder je voeten zacht wordt en je niet weet waar je nog op kunt leunen. Wat is echt? En wat niet? Het is een extreme vorm van eenzaamheid: opgesloten in een werkelijkheid die voor anderen niet zichtbaar is. En tegelijkertijd is het intens overweldigend — te veel prikkels, te veel angsten, te veel dreiging.
Rouw
Herstellen betekende niet alleen medicatie of therapie, maar ook rouwen. Rouwen om het vertrouwen in mijn eigen geest. Rouwen om de tijd die ik kwijt was. En langzaam opnieuw leren voelen: dit ben ik, en dit is de ziekte.
Herkennen
Als jij dit herkent — weet dat je niet “gek” bent. Je bent iemand wiens systeem te lang te veel heeft moeten dragen. Psychose bovenop trauma is geen teken van zwakte, maar van een brein dat op zijn grenzen is gekomen. Ik leer nog elke dag. Grenzen voelen. Rust nemen. Hulp aannemen. En misschien het belangrijkste: mezelf niet reduceren tot mijn diagnoses. Ik bén niet mijn PTSS. Ik bén niet mijn psychose. Ik ben iemand die ongelooflijk veel heeft doorstaan — en er nog steeds is.